over behandeling van nierstenen

wat gebeurt er na ESWL

Na niersteenverbrijzeling  kunnen er verschillende dingen gebeuren.

Je kan bloed plassen. De steen wordt bij elke schokgolf immers heen en weer geschud tegen de wand van de urinewegen. Dit schurend effect kan voor een lichte tot forse bloeding zorgen. De urine heldert weer op na één of twee keer plassen. 

Zeer uitzonderlijk treedt er een forse bloeding op rond de nier. Meestal stopt deze bloeding vanzelf. De ruimte rond de nier is immers beperkt. Soms wordt zo een bloeding bij toeval gevonden. Bijvoorbeeld bij een controle echografie om te zien of de steen nog ter plaatse zit of niet.

Als de steen effectief wordt verbrijzeld, valt hij uiteen in gruisjes of zand. Deze gruisjes  vinden de weg naar buiten doorheen de urinewegen zonder veel problemen. Enkel als de gruisjes geen gruisjes zijn maar grote stukken zijn kunnen ze soms de ureter weer gaan blokkeren. Zo kan je na ESWL voor een niersteen nierkolieken krijgen. Soms moet dan een ureteroscopie gebeuren of moet een stent geplaatst. Met pijnstilling en geduld komen de grotere stukken meestal ook naar buiten.

Koorts na ESWL is een alarmteken. Bij koorts heb je immers hoogstwaarschijnlijk een urineweginfectie die opflakkert. Zeker als de urine niet goed weg kan kan dit gevaarlijk zijn. Je kan sepsis krijgen. Daarom moet je bij koorts de huisarts of de uroloog contacteren. Die kan controleren met een echografie of er stuwing is op de nier. Bij stuwing krijg je grote zwarte vlekken in de nier. Die zwarte vlekken zijn ophopingen van urine die niet weg kan. Bij aanhoudende koorts en stuwing moet de nier gedeblokkeerd worden. Dit kan met een stent of met een nefrostomie.

 Soms gebeurt er helemaal niets na ESWL: de steen is te hard.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *