Stent

Wat is een ureterstent?

Een ureterstent (meestal gewoon “stent” genoemd) is een dun, hol plastieken buisje dat de urine helpt afvloeien van de nier naar de blaas. Je kan ook de namen double-J, pigtail of splint horen. De stent ligt in de ureter (de urineleider).

Een stent is bijna altijd tijdelijk. Als een stent te lang blijft zitten, kunnen er mineraalzouten op neerslaan. Dat heet verkalking of “encrustatie”. De stent kan dan minder goed doorstromen en soms moeilijker te verwijderen zijn. Daarom spreekt je uroloog altijd duidelijk af wanneer de stent verwijderd of vervangen moet worden.

erticale Kawaii-infographic over de ureterstent. Het toont een stent die correct in de ureter loopt tussen nier en blaas, een dokter en verpleegster, en een patiënt met flankpijn. Bevat uitleg over verkalking en oorzaken van verstopping zoals nierstenen en tumoren.
De ureterstent: Een tijdelijke helper voor uw nieren 💧

Een ureterstent (vaak een Double-J of pigtail genoemd) is een essentieel hulpmiddel in de urologie om de urinevloed te waarborgen wanneer de natuurlijke weg geblokkeerd is. In deze infographic leggen we uit hoe dit kleine buisje werkt en waarom het zo belangrijk is:

Wat is het? Een dun, flexibel plastic buisje dat in de ureter (urineleider) ligt om urine van de nier naar de blaas te helpen stromen.

Waarom een stent? Meestal wordt hij geplaatst bij een verstopping door een niersteen (nierkoliek) of een vernauwing door druk van buitenaf, zoals bij klieruitzaaiingen of tumoren. Dit voorkomt hydronefrose (uitzetting van de nier).

Onderhoud is cruciaal: Een stent is bijna altijd tijdelijk. Als hij te lang blijft zitten, kunnen er mineraalzouten op neerslaan (verkalking of encrustatie), wat het verwijderen bemoeilijkt.

Heeft u een stent gekregen? Zorg er dan voor dat de afspraak voor verwijdering of vervanging goed in uw agenda staat genoteerd.

© Dr. Jan Vanderkerken | Meer informatie op nierstenen.be

Waarom wordt een stent geplaatst?

De meest voorkomende reden is een verstopping of vernauwing van de ureter. Als urine niet weg kan, stijgt de druk in de nier. Dat kan leiden tot hydronefrose (uitzetting van het nierbekken).

Bij een plotse verstopping, bijvoorbeeld door een niersteen die vastzit, kan je een nierkoliek krijgen: hevige, krampende pijn in de zij, flank of onderbuik.

Soms groeit de verstopping trager, bijvoorbeeld doordat de ureter van buitenaf wordt dichtgeduwd. Dat kan onder andere bij:

  • een tumor in de buurt van de ureter
  • klieruitzaaiingen (vergrote lymfeklieren) die druk geven op de ureter
  • een tumor van het urotheel (het slijmvlies van de urinewegen), zoals bij blaaskanker maar dan in de ureter

In al deze situaties kan een stent de afvoer opnieuw openen. Zo blijft de nier werken en kunnen afvalstoffen via de urine toch naar de blaas.

Als een stent niet geplaatst kan worden (bv. door een “harde” blokkage), kan een alternatief een nefrostomie zijn: een afvoerbuisje rechtstreeks uit de nier via de huid. Dat bespreekt je uroloog alleen als het nodig is.

Hoe werkt een stent?

Aan beide uiteinden van de stent zit een krul. Die krullen houden de stent op zijn plaats: één krul in de nier en één krul in de blaas.

Bij het plaatsen schuift de uroloog meestal een dunne voerdraad door de stent. Daardoor wordt het buisje even recht. Zo kan de stent via de blaas omhoog in de ureter tot in het nierbekken worden gebracht. Als de voerdraad terug weg is, krult de stent vanzelf terug op. Dat “geheugen” van het materiaal helpt om de stent goed te laten blijven liggen.

De plaatsing gebeurt meestal via een ureteroscopie. Soms gebruikt de uroloog ook röntgenbeelden (doorlichting) om de positie extra te controleren.

Kan een stent verschuiven of uitzakken?

Dat gebeurt zelden, maar het kan. De ureter beweegt en trekt samen. De krullen zijn ook bewust niet “keihard vastgezet”. Bij het verwijderen moet de krul immers kunnen rechtkomen. Een te stijve verankering zou schade kunnen geven.

Als een stent (deels) uitzakt, kan je plots meer irritatie voelen in de plasbuis. Soms zie je zelfs een stukje van de stent. Neem dan contact op met je arts.

Welke klachten kan je hebben met een stent?

Een stent voorkomt vaak de zwaarste nierkolieken, maar veel mensen voelen wel dat er iets aanwezig is. Typische klachten zijn:

  • vaker moeten plassen of plotse, sterke plasdrang
  • een branderig of drukkend gevoel bij het plassen
  • pijn in onderbuik, lies of flank, soms ook in teelbal of schaamlip (doorgevoelde pijn)
  • bloed in de urine, vooral na inspanning

Meestal zijn deze klachten vervelend maar niet gevaarlijk. Vaak helpt het om voldoende te drinken en het wat rustiger aan te doen. Voor pijn kan dezelfde Pijnstilling gebruikt worden als bij nierkolieken.

Bij veel hinder kan je uroloog extra medicatie voorstellen, bijvoorbeeld een middel dat de ureter ontspant of de plasdrang vermindert. Dat is niet voor iedereen nodig en hangt af van jouw klachten en gezondheid.

Soms moet een stent vroeger verwijderd of vervangen worden, bijvoorbeeld bij pijn die niet onder controle raakt, herhaalde infecties, of een probleem met de positie of doorstroming.

Hoe wordt een stent verwijderd?

Verwijderen gebeurt meestal met een cystoscopie: een dun kijkinstrument gaat via de plasbuis naar de blaas. De stent wordt vastgenomen en rustig naar buiten gehaald. Vaak volstaat plaatselijke verdoving met verdovende gel.

Bij veel stress, een lage pijndrempel, of als de situatie complexer is, kan het ook onder algemene verdoving gebeuren. Je uroloog bespreekt op voorhand wat voor jou het best past.

Sommige stents hebben een dun draadje dat naar buiten komt. In specifieke situaties kan de stent dan eenvoudiger verwijderd worden. Dat wordt alleen gekozen als het veilig en handig is voor jou.

Na het verwijderen kan je nog 24 tot 48 uur wat branderig plassen of wat bloed in de urine hebben. Dat is meestal normaal, zolang je geen koorts hebt en je goed kan plassen.

Wanneer contact opnemen?

  • Als je plots hevige pijn in de zij, flank of onderbuik krijgt
  • Bij koorts (38°C of meer) of koude rillingen
  • Als je moeilijk kan plassen of als er (bijna) geen urine meer komt
  • Bij veel bloed in de urine, zeker met klonters
  • Als je denkt dat de stent (gedeeltelijk) is uitgezakt of als je plots nieuwe, sterke irritatie voelt in de plasbuis
  • Als je je echt ziek voelt of snel achteruitgaat

Twijfel je? Bel liever één keer te veel. Bij koorts met een stent kan er sprake zijn van een urineweginfectie die snel behandeling nodig heeft.

Medische disclaimer

Deze tekst geeft algemene informatie over een ureterstent en is geen vervanging van persoonlijk medisch advies. Je situatie kan anders zijn dan die van iemand anders. Bespreek vragen of nieuwe klachten altijd met je behandelende arts of uroloog.