Operatie

Niet elke nier- of urineleidersteen dient meteen geopereerd worden. Veel kleine stenen worden gewoonweg uitgeplast, soms met wat pijn en ongemak. In andere gevallen is een ingreep nodig om de steen veilig te verwijderen. Op deze pagina krijg je een overzicht van de mogelijke operaties bij nier- en ureterstenen, en vooral ook hoe de keuze voor een behandeling wordt gemaakt.

Het doel is om in begrijpelijke taal uit te leggen wat de opties zijn, wanneer een ingreep aangewezen is, en waarom artsen soms kiezen voor de ene techniek en niet voor de andere.

Wanneer is een ingreep nodig?

Een behandeling wordt overwogen wanneer:

  • de steen niet spontaan uitgeplast wordt;
  • er aanhoudende of hevige pijn is;
  • de steen een verstopping veroorzaakt van de nier of urineleider;
  • er koorts en infectie is;
  • de nierfunctie in gevaar komt;
  • de steen te groot is om vanzelf af te gaan.

De beslissing om al dan niet in te grijpen hangt vooral af van:

  • de grootte van de steen
  • de plaats waar de steen zich bevindt

Daarnaast spelen ook eerdere klachten, infecties, de anatomie van de urinewegen en de algemene gezondheidstoestand een rol.

Overzicht van de meest gebruikte operaties

De meeste moderne steenbehandelingen gebeuren vandaag minimaal invasief, vaak via de natuurlijke urinewegen, zonder grote chirurgische insnedes.

Pre-stenting: een voorbereidende ingreep

In sommige situaties, vooral wanneer een patiënt zich acuut aanmeldt op de spoedgevallen met hevige pijn of tekenen van infectie, wordt gekozen voor pre-stenting. Hierbij wordt via een ureteroscopie enkel een inwendig buisje (stent) geplaatst om de urineafvoer te herstellen en de druk op de nier te verminderen. Dit is geen definitieve behandeling van de steen. De steen blijft meestal aanwezig, maar de stent zorgt ervoor dat de acute klachten onder controle komen. Nadien is er tijd om het lichaam te laten herstellen en om, in overleg, enkele weken later de meest geschikte definitieve behandeling te plannen, zoals een ureteroscopie, een flexibele ureteroscopie, een percutane niersteenextractie (PNL) of een schokgolfbehandeling (ESWL). lees meer over prestenting

Semirigide ureteroscopie (URS)

Deze ingreep wordt vooral toegepast bij stenen in de urineleider (ureter), meestal in het onderste of middelste deel: ditw il zeggen dicht bij de blaas.

Via de urinebuis en de blaas wordt een dunne metalen ureteroscoop ingebracht tot in de urineleider. De steen kan zo :

  • onder zicht met de Holmiumlaser in kleine stukjes geschoten worden;
  • en vervolgens weggenomen met een zogenaamde Dormia-basket of als gruis uitgeplast.

Dit is een veelgebruikte en doeltreffende ingreep, vaak met een korte ziekenhuisopname. Soms wordt tijdelijk een inwendig buisje (JJ-sonde) geplaatst zodat de ureter tijd krijgt om te genezen.

Flexibele ureteroscopie (RIRS)

Bij stenen die zich in de nier bevinden, wordt vaak een flexibele ureteroscopie gebruikt.

Dankzij de zeer buigzame en stuurbare flexibele ureteroscoop kunnen ook moeilijk bereikbare delen van de nier behandeld worden. De steen wordt met laser vergruisd tot zeer kleine fragmenten.

Deze techniek:

  • gebeurt volledig langs natuurlijke weg;
  • is geschikt voor kleine tot middelgrote nierstenen;
  • vereist geen snede.

Percutane niersteenextractie (PNL)

Wanneer een steen groot is (meestal groter dan 2 cm) of wanneer er meerdere stenen samen aanwezig zijn, kan een percutane niersteenextractie (PNL) nodig zijn. (correct Latijn: percutane nefrolitholapaxie)

Via een kleine punctie – opening in de flank wordt rechtstreeks toegang genomen tot de nier om de steen te verwijderen.

Deze ingreep:

  • is ingrijpender dan ureteroscopie en ook wel wat gevaarlijker (nierbloeding);
  • maar zeer efficiënt bij grote of complexe stenen;
  • vereist meestal een langere ziekenhuisopname.

lees meer over PNL

ECIRS: gecombineerde aanpak

In specifieke situaties kan gekozen worden voor een gecombineerde behandeling, ook wel ECIRS genoemd.

Hierbij worden een flexibele ureteroscopie en een PNL gecombineerd in éénzelfde ingreep. Dit laat toe om:

  • complexe stenen,
  • of stenen op moeilijk bereikbare plaatsen,
    zo volledig mogelijk te verwijderen in één sessie.

Schokgolfbehandeling (ESWL)

Bij een schokgolfbehandeling wordt de steen van buitenaf verbrijzeld, zonder instrumenten in de urinewegen. De steendeeltjes moeten nadien spontaan uitgeplast worden.

ESWL is geen echte operatie, en wordt vandaag selectief toegepast, vooral bij kleinere stenen. Het resultaat is minder voorspelbaar dan bij endoscopische ingrepen, en soms zijn meerdere behandelingen nodig.

👉 Meer informatie hierover vind je op pagina over schokgolfbehandeling.

Klassieke chirurgie

Een open of laparoscopische operatie om nierstenen te verwijderen is tegenwoordig zeer zeldzaam. Deze techniek wordt enkel nog gebruikt in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld bij complexe anatomische afwijkingen of wanneer andere behandelingen niet mogelijk zijn.

Hoe wordt de keuze gemaakt?

De keuze voor een behandeling gebeurt altijd individueel en in overleg met de patiënt. Daarbij wordt rekening gehouden met:

  • grootte en locatie van de steen;
  • klachten en eerdere steenproblemen;
  • risico op infectie of nierschade;
  • kans op spontane afgang.

Het doel is steeds:

  • een veilige behandeling,
  • met zo weinig mogelijk belasting,
  • en een maximale kans op volledige steenverwijdering.