Oorzaken


Nierstenen ontstaan wanneer bepaalde stoffen in de urine te sterk geconcentreerd raken. In plaats van opgelost te blijven, vormen ze kleine kristallen. Die kristallen kunnen samenklonteren en zo uitgroeien tot een niersteen.

Bij veel mensen lijkt dit zomaar te gebeuren. Toch is dat vaak niet helemaal juist. In veel gevallen is er een onderliggende aandoening of situatie die het risico op nierstenen verhoogt. Zeker wanneer nierstenen terugkomen, is het belangrijk om verder te kijken dan alleen het steentje zelf.

Op deze pagina vind je een overzicht van ziektes die hogere kans geven op nierstenen. Per onderwerp kan je doorklikken naar een aparte pagina met meer uitleg over:

  • hoe nierstenen precies ontstaan,
  • welke soorten stenen typisch zijn,
  • en wat de behandeling en preventie zijn.

Overzicht van aandoeningen die nierstenen kunnen veroorzaken

Hormonale aandoeningen

Hyperparathyreoïdie (overactieve bijschildklieren)
Bij deze aandoening maakt het lichaam te veel hormoon aan dat het calcium regelt. Daardoor komt er te veel calcium in de urine terecht, wat de kans op calciumstenen verhoogt.
👉 Lees meer over hyperparathyreoïdie en nierstenen


Overgewicht en stofwisselingsproblemen

Metabool syndroom
Bij overgewicht, hoge bloeddruk en suikerstoornissen is de urine vaak zuurder en minder goed beschermd tegen kristalvorming. Dit verhoogt vooral het risico op urinezuurstenen.
👉 Lees meer over metabool syndroom en nierstenen


Stoornissen van botten en mineralen

Problemen met calcium- en fosfaathuishouding
Bij mensen met chronische nierziekte of bepaalde botziekten kan het evenwicht tussen mineralen verstoord raken. Hierdoor kunnen meer steenvormende stoffen in de urine terechtkomen.
👉 Lees meer over bot- en mineraalstoornissen en nierstenen


Kalkafzetting in de nier

Nephrocalcinose
Hierbij zitten kleine kalkafzettingen verspreid in het nierweefsel. Dit is geen niersteen op zich, maar het wijst wel op een verhoogd risico op steenvorming.
👉 Lees meer over nephrocalcinose


Erfelijke nieraandoeningen

Polycystische nierziekte (PKD)
Door cysten in de nieren kan urine minder goed afvloeien en sneller geconcentreerd raken. Dit verhoogt de kans op nierstenen en urineweginfecties.
👉 Lees meer over nierstenen bij polycystische nierziekte


Maag- en darmziekten

Verstoorde opname van voedingsstoffen
Bij sommige darmziekten wordt vet slecht opgenomen. Hierdoor wordt meer oxalaat in het lichaam opgenomen, wat kan leiden tot de meest voorkomende niersteen: de calciumoxalaatsteen.
👉 Lees meer over darmziekten, oxalaat en nierstenen


Maagverkleinende operaties

Bariatrische chirurgie
Na sommige vermageringsoperaties verandert de werking van de darmen blijvend. Dit kan leiden tot meer oxalaat in de urine, minder urineproductie en een hogere kans op nierstenen.
👉 Lees meer over nierstenen na maagverkleining


Te veel vitamine D

Overmatig gebruik van supplementen
Vitamine D verhoogt de opname van calcium. Te hoge dosissen kunnen leiden tot een verhoogd calciumgehalte in de urine en zo nierstenen veroorzaken.
👉 Lees meer over vitamine D en nierstenen


Ontstekingsziekten

Sarcoïdose
Bij deze aandoening maakt het lichaam zelf extra actieve vitamine D aan. Hierdoor stijgt het calciumgehalte in het bloed en de urine, soms met nierstenen als eerste teken.
👉 Lees meer over sarcoïdose en nierstenen


Problemen met blaaslediging

Ruggenmergletsel en neurogene blaas
Wanneer de blaas niet goed leeg raakt, blijft urine achter. Dit verhoogt de kans op infecties en steenvorming.
👉 Lees meer over neurogene blaas en nierstenen


Besluit

Nierstenen zijn zelden “pure pech”. Vaak zijn ze een signaal dat er iets anders meespeelt in het lichaam. Door de onderliggende oorzaak te kennen, kan men:

  • gerichter behandelen,
  • nieuwe nierstenen helpen voorkomen,
  • en soms andere gezondheidsproblemen tijdig opsporen.

Heb je herhaaldelijk nierstenen gehad? Dan is het zinvol om samen met je arts te bekijken of één van deze oorzaken bij jou van toepassing is.