Nierstenen

Nierstenen: wat zijn ze en waarom doen ze zo’n pijn?

niersteenuretersteen
niersteen die de ureter verstopt halverwege tussen nier en blaas

Nierstenen komen vaak voor. In West-Europa krijgt elk jaar ongeveer 1 op 300 mensen een niersteen. Jammer genoeg blijft het daar soms niet bij: ongeveer de helft van de mensen die ooit een niersteen had, krijgt later opnieuw stenen.

Wat gebeurt er precies bij een niersteen?

Een niersteen ontstaat meestal doordat er in de urine kleine kristallen vormen. In het begin merk je daar vaak niets van. Zo’n kristalletje kan zich vastzetten in het nierbekken (de holte in de nier waar urine verzameld wordt) en kan daar langzaam groter worden.

Op een bepaald moment kan de steen loskomen en “op weg” gaan naar de blaas. Daarvoor moet hij door de ureter: dat is de urineleider, het smalle buisje dat urine van de nier naar de blaas brengt. Als een steen in de ureter zit, spreken we eigenlijk van een uretersteen.

Waarom geeft een steen soms plots hevige pijn?

De problemen beginnen vooral wanneer de steen blijft vastzitten in de ureter. Dan kan de urine minder goed of niet meer naar de blaas doorstromen. De nier blijft wel urine maken. Daardoor ontstaat er een opstapeling van urine in de ureter en het nierbekken. De druk stijgt, de nier kan uitzetten, en dat kan zeer veel pijn doen.

Die plotse, hevige pijn noemen we een nierkoliek. Het is typisch dat de pijn in golven komt en dat je soms geen houding vindt die helpt.

Nierstenen komen meestal ongelegen. Plots begint de nierkoliek
Een klein steentje plast men meestal uit maar als de steen blijft haperen in de urinewegen zal men toch beroep moeten op de uroloog. De uroloog is de specialist die nierstenen behandelt.

Kan je een niersteen vanzelf uitplassen?

Ja, dat kan. Als een steen klein is (vaak zegt men: kleiner dan ongeveer 4 mm), is de kans groot dat hij spontaan in de blaas geraakt. Dat noemt men spontane evacuatie, wat gewoon betekent: vanzelf uitplassen.

Vanuit de blaas moet de steen nog door de urethra (de plasbuis) naar buiten. Die is meestal breder dan de ureter, waardoor het uitplassen van een steen die eenmaal in de blaas zit vaak makkelijker gaat.

Ook stenen tussen 5 en 7 mm kunnen soms nog spontaan afkomen, maar de kans daalt naarmate de steen groter is of langer vastzit. De ligging in de ureter (hoog of laag) speelt ook mee.

Wat kan de huisarts doen en wanneer komt de uroloog in beeld?

Bij een eerste aanval kom je vaak eerst bij de huisarts terecht. Die kan:

  • pijnstilling geven, zodat je de crisis doorkomt
  • inschatten of je veilig kan afwachten om de steen spontaan uit te plassen
  • nagaan of er tekenen zijn van complicaties (bijvoorbeeld koorts)

Als uitplassen niet lukt, als de pijn te hevig blijft, of als er risico is voor complicaties, dan word je doorverwezen naar de uroloog. De uroloog is gespecialiseerd in de behandeling van nierstenen en kan verschillende technieken gebruiken om de steen te verwijderen. Welke techniek het best past, hangt vooral af van:

  • de grootte van de steen
  • de ligging (nier, boven/midden/onder in de ureter)
  • de hardheid/samenstelling van de steen
  • of er verstopping is en hoe ernstig die is
  • je algemene gezondheid en eerdere behandelingen

Tegenwoordig wordt de diagnose meestal snel bevestigd met een CT-scan zonder contrast (lage dosis straling). Een echo of gewone RX kan ook nuttig zijn, maar ziet niet elke steen.

Waarom kiest een arts soms voor “afwachten” en soms voor “ingrijpen”?

Veel patiënten vragen zich af waarom er niet altijd meteen behandeld wordt. Afwachten kan veilig zijn als:

  • de steen klein genoeg lijkt om spontaan te passeren
  • de pijn onder controle blijft met medicatie
  • er geen koorts is
  • er geen ernstige of langdurige blokkage is

Ingrijpen is sneller nodig als er een blijvende blokkage is, als de pijn niet onder controle geraakt, of als er tekenen zijn van infectie. Dat is geen “paniek”, maar een manier om schade aan de nier en gevaarlijke infecties te vermijden.

Wanneer contact opnemen?

Neem dezelfde dag contact op met een arts (huisarts, wachtdienst of spoed) als je:

  • koorts hebt, rillingen of je duidelijk ziek voelt
  • pijn hebt die niet onder controle raakt met voorgeschreven pijnstilling
  • niet meer kan plassen of bijna niets meer plast
  • blijvend moet braken en geen vocht kan binnenhouden
  • bloed in de urine hebt dat toeneemt of je ongerust maakt
  • een niersteen hebt en zwanger bent, een niertransplant hebt, of maar één werkende nier

Samenvatting

Nierstenen ontstaan vaak ongemerkt en geven vooral problemen wanneer ze vast komen te zitten in de ureter. Dan kan de urine niet goed weg en ontstaat er overdruk in de nier, met een nierkoliek als gevolg. Kleine stenen plassen vaak spontaan uit. Als dat niet lukt of als er alarmsignalen zijn, kan de uroloog verschillende behandelingen voorstellen, gekozen op maat van jouw steen en jouw situatie.