URS (ureteroscopie): wat is dat?
URS is de afkorting van ureteroscopie. Dat is een ingreep waarbij de uroloog met een dunne lange lens, een ureteroscoop via de plasbuis en de blaas in de ureter gaat kijken. De ureter is de buis die je nier met je blaas verbindt en de urine afvoert naar de blaas. URS wordt het vaakst gedaan om een steen in de ureter te behandelen. Zo’n steen noemen we ook wel een uretersteen.
Een uretersteen kan de afvloed van urine blokkeren. Dat kan plotse, hevige pijn geven: een nierkoliek. Soms raakt de steen vast net voor de ingang in de blaas, aan het ostium (de “deur” waar de ureter in de blaas uitkomt). Kleine steentjes (vaak kleiner dan 4 mm) kunnen spontaan in de blaas belanden en daarna uitgeplast worden. Als dat niet lukt of als de pijn blijft terugkomen, kan een URS een goede oplossing zijn.
Waarom wordt URS gedaan?
De meest voorkomende reden is een uretersteen. Maar URS kan ook helpen bij andere problemen in de ureter, zoals:
- Vernauwing (een “knik” of te nauwe doorgang) waardoor urine minder goed afloopt
- Gezwelletje of afwijkend slijmvlies dat verder onderzocht of behandeld moet worden
Tijdens de raadpleging bespreekt je arts waarom URS bij jou wel of niet de beste keuze is. Daarbij spelen o.a. de grootte en de plaats van de steen, je klachten, infectietekens en eerdere behandelingen mee.
Waar zit de steen? Dat bepaalt vaak de aanpak
We delen ureterstenen vaak praktisch in volgens hun ligging:
- Laaggelegen steen: dicht bij de blaas
- Hooggelegen steen: dichter bij de nier
Hoe dichter bij de blaas, hoe makkelijker de steen meestal te bereiken is. Een laaggelegen steen kan soms in één keer verwijderd worden met een kleine paktang of met een speciaal netje, een Dormia-mandje.
Zit de steen hoger, dan is het soms moeilijker om hem veilig in één stuk weg te nemen. Dan wordt de steen vaak eerst kleiner gemaakt (verbrijzeld) en worden de stukjes verwijderd of kunnen ze later spontaan mee uitkomen.
Hoe wordt een steen verkleind of verwijderd?
Bij URS kan de uroloog verschillende technieken gebruiken, afhankelijk van de situatie:
- Steen vastnemen en verwijderen met een paktang of Dormia-mandje
- Steen verbrijzelen met een instrument dat schokjes geeft (bv. een pneumatisch hamertje)
- Steen verpulveren met een holmiumlaser, zodat kleine stukjes ontstaan
Bij stenen die hoger zitten of moeilijk bereikbaar zijn, kan de arts kiezen voor een flexibele ureteroscopie. Dat is een buigzaam kijkinstrument waarmee je makkelijker “rond bochten” kan gaan. In veel centra wordt vandaag vooral een flexibele ureteroscopie gecombineerd met laserbehandeling, zeker bij stenen die dicht bij de nier zitten.
Waarom wordt soms een stent geplaatst?
Na een URS laat de arts vaak een stent (ook “JJ-stent”) achter. Dat is een dun hol buisje dat in de ureter zit en de afvoer van urine openhoudt. Na de ingreep kan het slijmvlies van de ureter wat opzwellen. Door die zwelling kan de ureter tijdelijk nauwer worden. Dat kan opnieuw koliekpijn geven. De stent helpt om urine vlot naar de blaas te laten lopen en vermindert zo de kans op pijn door tijdelijke blokkage.
Een stent kan wel klachten geven, zoals vaker moeten plassen, een branderig gevoel, wat bloed in de urine of zeurende pijn in de flank, vooral bij inspanning. Dat is vervelend, maar meestal onschuldig. Je arts kan medicatie voorstellen om stentklachten te verminderen, afhankelijk van je situatie.
Hoe lang blijft die stent zitten en hoe wordt ze verwijderd?
Een stent blijft meestal enkele dagen tot enkele weken zitten, afhankelijk van de zwelling, de moeilijkheid van de ingreep en of er nog steengruis moet passeren. Daarna moet de stent verwijderd worden. Dat gebeurt meestal via een korte procedure, vaak met een kijkonderzoek van de blaas (cystoscopie) onder lokale verdoving of korte verdoving, afhankelijk van wat voor jou het best past.
Als de ingreep heel vlot verliep en de ureter weinig geïrriteerd is, kan de arts soms beslissen geen stent te plaatsen. Dan is het extra belangrijk om de eerste dagen goed te letten op pijn die lijkt op nierkoliek.
Voor de stent verwijderd wordt, zal de uroloog in veel gevallen eerst een controleonderzoek vragen. Dat kan een CT-scan zijn of, in eenvoudigere situaties, een klassieke röntgenfoto. Met dit onderzoek wordt nagegaan of:
- alle steendelen verdwenen zijn;
- er nog restgruis aanwezig is;
- of er nog grotere steendelen achtergebleven zijn die problemen kunnen geven.
Wanneer blijkt dat er nog vrij veel steengruis of grotere fragmenten aanwezig zijn, kan besloten worden om de stent nog even te laten zitten. Soms is een tweede ingreep nodig om ook deze resten te verwijderen. Pas daarna wordt de stent weggenomen.
Deze aanpak is bedoeld om nieuwe pijnklachten, verstopping of infecties te voorkomen
Wanneer contact opnemen?
- Hevige pijn die niet verbetert met de voorgeschreven pijnstillers
- Koorts boven 38°C of rillingen
- Toenemend of aanhoudend bloedverlies in de urine (zeker met klonters)
- Moeilijk kunnen plassen of helemaal niet meer kunnen plassen
- Ernstige misselijkheid of braken waardoor drinken niet lukt
Neem in deze situaties zo snel mogelijk contact op met je arts of met de spoeddienst. Koorts na een ingreep aan de urinewegen kan passen bij een infectie en moet snel beoordeeld worden.
Samenvatting
URS (ureteroscopie) is een ingreep waarbij de uroloog via de natuurlijke weg in de ureter gaat om een steen te verwijderen of te verbrijzelen. De ligging en grootte van de steen bepalen mee welke techniek gebruikt wordt (mandje, paktang, laser, …). Vaak wordt tijdelijk een stent geplaatst om de urineafvoer vlot te houden en pijn door zwelling te voorkomen. Samen met je arts kan je zo de keuze begrijpen en mee afwegen wat in jouw situatie het meest zinvol is.
Medische disclaimer
Deze tekst geeft algemene informatie over URS (ureteroscopie). Hij helpt om je gesprek met je arts beter te begrijpen, maar vervangt geen persoonlijk medisch advies, onderzoek of behandeling. Bespreek je klachten en opties altijd met je huisarts of uroloog.